Triage audiciens van start per 1 augustus 2011 02-02-2012

Per 1 augustus 2011 contracteert Achmea Zorg & Gezondheid (hieronder vallen Zilveren Kruis
Achmea, Agis Zorgverzekeringen, Avero Achmea, FBTO, Interpolis, OZF Achmea en DVZ
Zorgverzekeringen) alleen nog audiciens die zelf triage kunnen uitvoeren. Op deze manier
wordt voor Achmea-verzekerden bij de aanschaf van een hoortoestel een verkorting van de
doorlooptijd van circa drie tot vier maanden gerealiseerd, dit met behoud van kwaliteit.

Ontwikkeling van triage door de audicien
De afgelopen jaren is er veelvuldig gesproken over triage door de audicien. Het verplaatsen van de
triage door KNO-arts naar de audicien zou ertoe moeten leiden dat de audicien meer
verantwoordelijkheid krijgt. De slechthorende patiënt kan dan zonder voorschrift bij de audicien
terecht. De audicien wordt in deze opzet verwijzer naar de tweede lijn.

Achmea Zorginkoop Hulpmiddelen focust zich niet alleen op de inkoop van hulpmiddelen maar op de
totale keten (van zorgvraag tot zorgoplossing) waarin het hulpmiddel wordt verstrekt. De zorgketen
rondom de verstrekking van hoorhulpmiddelen is de afgelopen jaren geanalyseerd. Uit de resultaten
blijkt dat circa 50% van de mensen met een gehoorprobleem in eerste instantie bij de audicien komt.
De audicien doet een hoortest en verwijst bij gehoorproblemen door naar de huisarts, de huisarts
beoordeelt zelf de patiënt en verwijst daarna verder naar de KNO-arts. De KNO-arts voert triage uit en
verwijst circa 80% van de patiënten terug naar de audicien. Dit traject kost de patiënt een doorlooptijd
van circa drie maanden en de toegevoegde waarde is voor veel patiënten nihil. Achmea stelt met het
verleggen van triage van KNO-arts naar audicien het belang van haar verzekerden voorop: de
doorlooptijd wordt namelijk aanzienlijk verkort.

Inkoopbeleid hoorhulpmiddel Achmea
Een belangrijke voorwaarde voor het verleggen van de triage van KNO-arts naar audicien is behoud
van kwaliteit. De afgelopen maanden is daarom veel aandacht besteed aan de opleiding van de
audiciens. Om triage goed te kunnen uitvoeren dienen audiciens namelijk in het bezit te zijn van een
diploma Otoscopie en Audiometrie. Achmea heeft deze opleiding vanaf 1 augustus 2011 als
voorwaarde gesteld voor het verkrijgen van een contract voor het leveren van hoorhulpmiddelen. Dit
heeft er uiteindelijk toe geleid dat in circa twaalf maanden 90% van alle audiciens deze opleidingen
gevolgd heeft, een positieve impuls voor het kwaliteitsniveau in deze branche.

Per 1 januari 2012 is het inkoopbeleid van Achmea verder geëffectueerd. Dit wil zeggen, dat de
verantwoordelijkheid en beoogde dienstverlening van de audicien nader zijn omschreven. Ook zijn er
duidelijke kaders afgegeven voor de drie onderdelen van het triagetraject: psychosociale anamnese,
otoscopie en audiometrie. In samenwerking met het keurmerk voor de audicienbranche Stichting
Audicienregister (StAr) wordt momenteel een controlemodel ontwikkeld. Tot die tijd controleert
Achmea de triage op basis van materiële controles. Dit betekent dat er steekproefsgewijs
patiëntendossiers worden opgevraagd, die op inhoud en uitkomst worden beoordeeld door medisch
adviseurs.

De KNO-arts controleert de uiteindelijke keuze van het type hoortoestel niet meer; deze controle is in
2008 al komen te vervallen. De uiteindelijke keuze voor een standaard hoortoestel ligt bij de
consument. Van geavanceerde toestellen of bij uitgebreide problematiek wordt de eindcontrole
uitgevoerd door een audioloog van een Audiologisch Centrum. Achmea is in gesprek met de KNO-
vereniging om intervisiegesprekken tussen audiciens en KNO-artsen op te starten. Het doel hiervan is
dat de audicien periodiek een gesprek aangaat met de KNO-arts waarin de verschillende pluis- en
niet-pluisverwijzingen aan de orde komen en hoe deze cliënten door de audicien en de KNO-arts zijn
beoordeeld.

 

Kwaliteitseisen in contract
Behalve de StAr-registratie en de certificaten voor Otoscopie en Audiometrie zijn in het contract van
2012 voor audiciens diverse kwaliteitseisen opgenomen. Ook worden in dit traject de volgende
richtlijnen gegeven voor de onderdelen van triage.

De triage bestaat ten minste uit:

  • Een medische en psychosociale anamnese (de audicien is verplicht een vaste set van vragen te
    behandelen en de antwoorden op te nemen in het patiëntendossier).
  • Een globale beoordeling van oorschelp, gehoorschelp en trommelvlies.
  • Een volwaardig toonaudiometrisch onderzoek (lucht- en beengeleiding) met adequate maskering
    in een geluidsarme omgeving, dat aan de inrichtingseisen van StAr voldoet. Dit betekent dat de
    ruimten waarin de audiometrie wordt uitgevoerd minimaal voldoen aan de eisen zoals gesteld in
    de Europese Standaard (EN 15927).
  • Een spraakaudiogram.

Op basis van de uitkomsten wordt beoordeeld of verwijzing naar de huisarts, de KNO-arts en/of het
Audiologisch Centrum noodzakelijk is. Dit advies wordt met de patiënt besproken. Indien de patiënt
niet hoeft te worden verwezen, bepaalt de audicien op basis van het toonaudiogram of er een indicatie
is voor een hoortoestelaanpassing. Deze indicatiestelling (in ieder geval 35 dB gehoorverlies aan het
beste oor) is objectief vast te stellen en is tevens reproduceerbaar.

De huisarts wordt door de audicien schriftelijk op de hoogte gesteld van de uitkomst van de triage, dit
wordt gedaan bij zowel pluis als niet-pluis bevindingen.

De huisarts wordt door de audicien schriftelijk op de hoogte gesteld van de uitkomst van de triage. Dit
wordt gedaan bij zowel pluis- als niet-pluisbevindingen. Alle informatie uit de triage en het aanmeettraject dient te worden opgenomen in het patiëntendossier,  zoals al eerder aangegeven worden de dossiers steekproefsgewijs gecontroleerd.

Toegevoegde waarde voor spelers in de keten

Volgens Achmea hebben de patiënt, zorgverleners, audiciens en de zorgverzekeraar allemaal belang
bij triage door de audicien. Met triage wordt de keten voor de patiënt verkort evenals de doorlooptijd.
Er gaat geen kostbare tijd verloren en de patiënt wordt niet (onnodig) naar verschillende zorgverleners
toegestuurd om uiteindelijk bij de audicien terug te komen voor een hoorhulpmiddel.

De patiënten met een gehoorprobleem worden in het vervolg sneller geholpen. De KNO-arts en het
Audiologisch Centrum behandelen uitsluitend nog mensen met problemen waarvoor zij specifiek zijn
opgeleid. Dit moet uiteindelijk leiden tot een verduidelijking en versterking van de beroepsgroep, die in
principe geen werk verricht dat ook gedaan kan worden door een audicien.

Een derde belanghebbende partij is de audicien. Audiciens kunnen met triage hun
verantwoordelijkheid en dienstverlening uitbreiden en zich hiermee kwalitatief beter onderscheiden.
De cliënt kan direct in de winkel terecht en hoeft in een groot aantal gevallen niet meer een medisch
traject te doorlopen.

De vierde belanghebbende partij is de zorgverzekeraar. Voor de zorgverzekeraar staat het belang van
de verzekerde voorop. De verkorte doorlooptijd is hierin een punt van aandacht. Omdat Achmea als
eerste triage opneemt in haar contracten, kan zij zich op de markt profileren als innovatieve
zorgverzekeraar. Vooralsnog is het financiële effect van triage lastig te beoordelen. Bij triage stapt de
cliënt in eerste instantie bij de audicien naar binnen en bij een pluisbevinding komt die cliënt niet meer
als patiënt in het ziekenhuis. Het ligt in de lijn der verwachting dat het volume van het aantal KNO-
consulten daardoor afneemt.

Doorverwijzing naar de audicien
Circa de helft van alle patiënten met een gehoorprobleem komt in eerste instantie bij de huisarts. In
het vernieuwde triage traject zou de huisarts ook goed kunnen doorverwijzen naar de audicien, in
plaats van direct naar de KNO arts. Op de website van Zilverenkruis Achmea wordt een overzicht
gegeven van de audiciens die in 2012 gecontracteerd zijn en triage mogen uitvoeren, dit overzicht is
te vinden op www.zilverenkruis.nl/zorgzoeker.

Dit artikel in pdf om te downloaden.

 sitemap disclaimer privacy